De anti-genderbeweging in Italië begrijpen: een interview met prof. Massimo Prearo
In een interview met Séverine De Bruyn van Forbidden Colours verdiept de Italiaanse politicoloog Massimo Prearo zich in de complexe details van zijn boek ‘Anti-Gender Mobilizations, Religion and Politics, an Italian Case Study’. Het gesprek werpt licht op het traject van deze beweging, de banden met radicaal-rechtse politieke partijen, de katholieke kerk en bevat enkele reflecties over het tegengaan van het narratief van de anti-genderbeweging.
Doelgroep van het boek
Gevraagd naar het beoogde lezerspubliek benadrukte Massimo Prearo dat het boek primair gericht is op een academisch publiek. “Het boek was bedoeld om gelezen te worden door onderzoekers, omdat het een resultaat is van mijn onderzoek. Het dient als een dialoog met collega’s in heel Europa die soortgelijke onderwerpen onderzoeken, waaronder de anti-genderbeweging, banden met extreemrechtse en radicaal-rechtse partijen en democratische achteruitgang. Het boek is een cruciale bron voor degenen die de controversiële politiek rond gender, gezin, seksualiteit en genderidentiteit bestuderen.”
Het boek richt zich ook op studenten van verschillende niveaus, in het bijzonder promovendi, maar het is ook toegankelijk voor andere studenten. “We zien aan de universiteit dat er belangstelling is voor dit onderwerp omdat mensen, vooral in Italië, de effecten ervaren van anti-gendercampagnes en -mobilisaties,” legde Massimo Prearo uit. “Studenten observeren en ervaren de aanvallen op lhbtiq+-rechten, trans personen, enzovoort. Dit motiveert hen om de onderliggende redenen en het overheidsbeleid te begrijpen. Het boek biedt conceptuele instrumenten om hun onderzoek te ondersteunen, vooral bij het uitvoeren van observaties of zelfs etnografie binnen conservatieve of ultraconservatieve religieuze bewegingen.”
Daarnaast is het boek gericht op politici, beleidsmakers, activisten en organisaties die betrokken zijn bij beleidsvorming of politieke processen. “Mijn boek is een van de instrumenten om de anti-genderbeweging en de aard van hun claims beter te begrijpen.”
Traject van de anti-genderbeweging
Bij het bespreken van de geschiedenis van de anti-genderbeweging wees Massimo Prearo erop dat Italië een interessante casestudy is omdat we de stappen die deze beweging heeft gezet duidelijk kunnen traceren en identificeren. De vroegste activiteiten vonden plaats in 2012-2013 met de eerste publieke optredens. In die tijd mobiliseerde de anti-genderbeweging zich om op lokaal niveau militanten te rekruteren uit katholieke groepen (voornamelijk parochies) en een netwerk van actoren uit het pro-life activisme te ontwikkelen. Vanaf dat moment kwam de anti-genderbeweging echt van de grond.
De tweede mijlpaal in dit traject begon met de demonstratie genaamd “Family Day” in juni 2015, die leidde tot de oprichting van het comité “Laten we onze kinderen verdedigen” (Difendiamo I Nostri Figli). Vanaf dit moment kunnen we spreken van een echte organisatie met een stabiele structuur en een legitieme woordvoerder, Massimo Gandolfini. Hij werd de belangrijkste figuur van de organisatie Family Day, maar ook een vertegenwoordiger van de anti-genderbeweging.
Tegen die tijd beperkte de anti-genderbeweging zich niet langer tot lokale acties, maar begon zij steeds vaker openlijk te protesteren tegen verschillende wetgevingsinitiatieven over homofobie en transfobie (Scalfarotto); geregistreerd partnerschap voor paren van hetzelfde geslacht (Cirinnà); en gendereducatie (Fedeli). De anti-genderbeweging slaagde erin zichzelf te presenteren als de stem van het volk, dat naar eigen zeggen niet gehoord wordt door politici en bezorgd is over kwesties die verband houden met gezin, gender, seksualiteit, leven en dood.
Na de tweede nationale demonstratie “Family Day” in 2016 ontstond er een splitsing in de anti-genderbeweging. Mario Adinolfi en Gianfranco Amato, twee sleutelfiguren van Family Day, besloten een politieke partij op te richten, de partij Volk van het Gezin (Il Popolo della Famiglia). Deze actie laat zien dat er twee conflicterende strategieën waren met betrekking tot het idee van een politiek project van de leiders van de anti-genderbeweging. Adinolfi and Amato wilden dit bereiken door een politieke partij op te richten (gezien het huidige gebrek aan grote katholieke partijen in Italië), terwijl Gandolfini de politieke besluitvorming wilde beïnvloeden via een beweging die “de wil van het volk belichaamt”.
De teleurstellende resultaten van de twee verkiezingen in 2016 en 2017 lieten zien dat de poging om een nieuwe katholieke politieke partij in Italië te introduceren was mislukt. De strategie van de anti-genderbeweging om politieke allianties te smeden door samenwerking op thema’s die hen aangaan, zoals de bescherming van het traditionele gezin, bleek succesvoller. Deze strategie resulteerde in nieuwe netwerken die de invloed van de anti-genderbeweging uitbreidden van lokaal naar nationaal niveau. Inderdaad namen radicaal-rechtse partijen, zoals de partij Fratelli d’Italia van Giorgia Meloni, de agenda van de anti-genderbeweging over. Als gevolg hiervan verwierf de anti-genderbeweging een centrale positie in de Italiaanse publieke sfeer.
Na de algemene verkiezingen van 2018 werd duidelijk dat die partijen tot de meest beloonde partijen door het electoraat behoorden. De kernpunten van hun programma’s omvatten de strijd tegen “genderideologie”, de “demografische winter”, de verdediging van het leven (geen abortus, geen euthanasie), de bevordering van het natuurlijke gezin en het educatieve primaat van de ouders.
De relatie tussen politieke partijen en de anti-genderbeweging
Bij het verkennen van de relatie tussen Italiaanse radicaal-rechtse partijen zoals Fratelli d’Italia en Lega met de anti-genderbeweging, beschreef Massimo Prearo een complexe, gedifferentieerde en intrigerende dynamiek. Aan de ene kant staat Fratelli d’Italia heel dicht bij de anti-genderbeweging en heeft de partij een ideologische affiniteit met deze beweging. Aan de andere kant werkt Lega vanuit een meer opportunistische invalshoek. Zij gebruiken de kernpunten van de anti-genderbeweging om een soort strijdbaar discours tegen elites zoals de instituties, de regerende politieke partijen en Europa te versterken en uit te voeren. Deze strategie past in een breder populistisch kader. In deze context mogen we niet vergeten dat Lega in 2018 deel uitmaakte van de regering. Later zagen we een rolomkering: Fratelli d’Italia nam de dominante positie over van Lega. Zij werden niet alleen de regeringspartij, maar stelden zich ook zeer coöperatief op tegenover de anti-genderbeweging.
Massimo Prearo merkte het volgende op: “In het verleden hadden we Pro Vita & Famiglia (Pro Vita), een gespecialiseerde conservatieve organisatie die de verdediging van het leven claimt vanaf de natuurlijke bevruchting tot de natuurlijke dood. Maar dit was geen beweging. En dit is het kernpunt. De anti-genderbeweging heeft zich in de publieke ruimte gevestigd als een beweging, namelijk als de conservatieve sociale beweging. Ze oefenen druk uit, demonstreren, hebben interactie, uitwisselingen en discussies met politieke partijen. Hun claim is dat zij de vertegenwoordiger zijn van de conservatieve mensen in Italië. Ideologisch op één lijn zitten met de anti-genderbeweging is vruchtbaar voor Fratelli d’Italia, omdat ze nu kunnen zeggen dat ze een directe verbinding hebben met de conservatieve sociale beweging, met het volk en met maatschappelijke organisaties. Ze werken met hen samen om hun claims te implementeren en deze uiteindelijk om te zetten in overheidsbeleid, waarbij ze zichzelf positioneren als ware vertegenwoordigers van conservatieve waarden.”
De rol van het katholicisme en neo-katholicisme
Wat betreft de relatie van de beweging met het katholicisme verduidelijkte Massimo Prearo dat deze relatie op drie niveaus bestaat. Ten eerste zijn alle anti-genderactivisten katholiek. Velen van hen komen uit het pro-life activisme, wat in Italië een vorm van katholiek activisme was en is. Het tweede niveau is dat de oprichters van de anti-genderbeweging behoren tot de Neocatechumenale Weg, een officieel erkende beweging binnen de Katholieke Kerk. Het derde niveau van de relatie met het katholicisme wordt door Massimo Prearo beschreven als een “extra-katholieke houding” van de anti-genderbeweging.
“Ze profileren de identiteit van hun beweging niet als een religieuze. De anti-genderbeweging heeft voor een andere strategie gekozen. Ze verklaren gemobiliseerd te zijn als burgers die bezorgd zijn over de veranderingen die in de wereld plaatsvinden met betrekking tot gezin, gender, seksualiteit, leven en dood. Natuurlijk zijn ze katholiek, maar ze overstijgen deze basis om een soort politieke identiteit in de publieke arena aan te nemen. Ze mobiliseren argumenten uit de biologie, filosofie, sociologie, antropologie, enzovoort. Het is onderdeel van hun doelstelling om niet te worden gereduceerd tot een katholiek standpunt. Om deze reden definieer ik hun activisme als extra-katholiek.”
Voortbordurend op dit punt beschrijft Massimo Prearo de leden van de anti-genderbeweging als neo-katholieken. In zijn onderzoek ontdekte hij dat de beschikbare concepten om anti-genderactivisten te beschrijven, zoals traditionalistisch, ultra-katholiek of radicaal-katholiek, onvoldoende waren. “Het concept van neo-katholieke mensen stelt ons naar mijn mening in staat om na te denken over het project van de anti-genderbeweging als een politiek project dat bedoeld is om katholieke collectieve actie opnieuw te introduceren in de publieke en politieke arena – maar op een andere manier, daarom noem ik hen ‘neo’. Zo stelt de anti-genderbeweging de Kerk in staat om op het niveau van het principe te blijven, van het ‘wijzen van de weg’, terwijl zij het werk in de publieke sfeer doen met de politieke partijen.”
Tot de jaren negentig had Italië één katholieke politieke partij (Democrazia Cristiana) die, om het zo maar te zeggen, fungeerde als het politieke instrument van de Katholieke Kerk. Omdat Italië geen significante verenigde katholieke politieke partij meer heeft, is de anti-genderbeweging de ideale partner geworden voor de Kerk om haar politieke project te verwezenlijken, waarbij het traditionele katholieke activisme wordt overstegen.
Reflecties over het tegengaan van de anti-genderbeweging
Tot slot bood Massimo Prearo inzichten voor progressieve politici en partijen over hoe de anti-genderbeweging mogelijk kan worden tegengegaan. Hij stelt dat hoewel zijn boek geen directe oplossingen of aanbevelingen biedt, het wel reflecties bevat die kunnen helpen bij het bedenken van mogelijke reacties of strategieën om anti-gendercampagnes te bestrijden.
Massimo Prearo benadrukte het belang van het erkennen van de anti-genderbeweging als een legitiem politiek project, in plaats van het af te doen als een loutere samenzwering. “Dit is niet het geloof in iets dat niet bestaat, maar een politiek project om het progressieve en democratische idee van het bouwen aan een betere wereld tegen te gaan,” verklaarde hij.
Massimo Prearo drong er bij progressieve partijen ook op aan om nauwer samen te werken met feministische en lhbtiq+-bewegingen, met name om hun kennis en technische expertise te integreren in politieke programma’s. Hij geeft het voorbeeld van puberteitsremmers voor trans minderjarigen, waarvoor het cruciaal is dat politici over de juiste technische kennis beschikken. Het bezitten van dit type technische expertise zou politici veel beter in staat stellen om het recht op puberteitsremmers te verdedigen. Zoals Massimo Prearo zei: “Het is niet genoeg om rechten te verdedigen, want beweren dat lhbtiq+-rechten mensenrechten zijn, kan een louter abstracte claim zijn. Hier hebben we het over zeer specifieke en technische uitwerkingen van rechten.”

Séverine De Bruyn
Activiste
Séverine De Bruyn is activiste bij Forbidden Colours en richt zich op de situatie van queer vrouwen in Zuid-Europa. Ze is afgestudeerd als psycholoog en werkt als senior beleidsmedewerker.